plop-image17 plop-image13 plop-image20 plop-image18 plop-image8 plop-image12 plop-image19 plop-image16

Voorzitter,


Hoewel parkeren in het huidige denken veelal slechts een 'vinkje' vormt bij het toetsen van een concreet bouwplan, vormt parkeren een belangrijk thema in het kader van de leefbaarheid en bereikbaarheid van Assen. Daarmee vormt parkeren ook een belangrijke schakel in de totstandkoming van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De Omgevingswet biedt daarom kansen voor parkeren, maar dan moeten er wel stappen worden gezet.  Met dit voorstel maken we een goede stap in die richting.

U vraagt ons het facetbestemmingsplan, facetbeheersverordening Parkeren en De Nota Parkeernormen 2020 vast te stellen.

Met de eerste 2 beslispunten kunnen we instemmen, maar.....

Over de enige wijziging in de Nota Parkeernormen hebben wij een andere visie.

U schrijft dat naar aanleiding van gesprekken over de ontwerpnota en nader onderzoek de raad wordt voorgesteld om bij de vaststelling van deze nota voor sociale huurwoningen, die gebouwd worden met een huur onder de aftoppingsgrenzen van de Wet op de Huurtoeslag , een iets lagere parkeernorm en differentiatie door te voeren. Voor nieuwbouw van sociale huurwoningen met een huur boven de aftoppingsgrenzen worden alle normen dan wel weer met 0.1 verhoogd.

Veel sociale huurwoningen zijn ooit voor een andere doelgroep gebouwd, maar zijn in de loop van de jaren aantrekkelijker geworden voor andere typen bewoners. Dan denken we aan sociale huurwoningen, die verkocht worden in een wijk die 'verhipt' en waar deze opwaardering van een straat of wijk leidt tot vestiging van jonge gezinnen met vaak een laag en later boven modaal inkomen. In eerste instantie misschien met een bakfiets, maar waarschijnlijk toch al snel met 1 of 2 auto's voor de deur.

Die verlaging vinden wij dan ook niet nodig; bij sociale huurwoningen/buurten ( veelal rijtjeshuizen) zien wij nu en in de toekomst evenveel auto's in de straat en zien dan ook geen probleem als de norm hetzelfde blijft.

 

André Dik tijdens de consulterende raadsbijeebkomst van 8 april 2021