plop-image10 plop-image9 plop-image13 plop-image6 plop-image11 plop-image15 plop-image8 plop-image12 plop-image5 plop-image14 plop-image16

Aan    
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De heer dr. R.H.A. Plasterk
Schedeldoekshaven 200
2511 EZ Den Haag

Echt, 2 april 2013


Excellentie,

Lokale politieke partijen vormen met elkaar de grootste politieke groepering in ons land. Van de 9175 gemeenteraadsleden die op dit moment in Nederland actief zijn, zijn er 2550 lid van een lokale partij. Een groot deel hiervan is aangesloten bij de VPPG. Voor voormalig minister van Binnenlandse Zaken Donner was dit aanleiding om structureel met de VPPG te overleggen. Er worden steeds meer rijksoverheidstaken naar gemeenten overgeheveld, uw voorganger(s) vond(en) het belangrijk om te weten hoe de lokale politieke partijen daarmee om zullen gaan en zag in de VPPG daarvoor een volwaardige overlegpartner.

In het recente overleg dat wij met u hadden werd ons duidelijk dat deze behoefte bij u niet aanwezig is. De aanwezige bestuursleden hebben uw houding als weinig respectvol ervaren.
Het ging om een eerste kennismaking met u als minister. Na een kwartier gaf u al te kennen dat u het gesprek wilde afronden. U gaf aan dat de VPPG voor u geen overlegpartner is. Bovendien deelde u mee dat lokale partijen niet op subsidie hoeven te rekenen. Ondanks oproepen hiervoor van de Eerste en Tweede Kamer. Naar de mening van het bestuur van de VPPG lapt u hiermee de Grondwet aan uw laars.

Uw gekozen houding geeft ons bestuur de indruk dat het coalitieakkoord ‘Bruggen slaan’ slechts geschreven is voor de bühne. Prachtige volzinnen zoals ‘Het land heeft samenwerking nodig, dus reiken wij elkaar de hand en halen we het beste uit elkaar’, worden met deze houding ongeloofwaardig.
U heeft bij ons bestuur de indruk achtergelaten dat u geen enkele waardering heeft voor de rol en het belang van lokale politieke partijen. In een tijd dat de lokale overheden steeds meer verantwoordelijkheid krijgen vindt ons bestuur dit een volstrekt onverantwoorde en ongewenste houding.

Zo hoopvol als wij waren bij aanvang van ons overleg, zo teleurgesteld zijn wij achteraf.
De bijzondere band die wij met uw ministerie hebben opgebouwd zullen wij zeker in stand proberen te houden, in de eerste plaats omdat onze inzet om de lokale democratie te versterken en de integriteit en kwaliteit van de lokale volksvertegenwoordiging te optimaliseren onverminderd groot blijft.

In het regeerakkoord staat dat het Kabinet streeft naar een krachtige en dienstverlenende overheid met een duidelijke afbakening van taken en verantwoordelijkheden tussen en binnen bestuurslagen. Zoals eerder aangegeven en ook in ons overleg benadrukt wil het bestuur graag meewerken aan het slaan van de brug er naartoe.
Zoals benadrukt in ons overleg is het bestuur van mening dat een jaarlijks overleg met u als minister hiertoe een uitstekend middel is. Wij willen u langs deze  weg nogmaals dringend verzoeken het jaarlijkse overleg in stand te houden en gezamenlijk de agenda te bepalen.

Het bestuur wil graag blijvend met u van gedachten wisselen over de wijze waarop de VPPG een constructieve bijdrage kan leveren aan belangrijke veranderingen en verbeteringen in het functioneren van het openbare bestuur.
Daarbij wordt voornamelijk gedacht aan de bestuurlijke inrichting en de vastlegging daarvan in Gemeentewet en Grondwet, de nieuwe Wet op de financiering van politieke partijen en de vorming en scholing van raadsleden.

Wij zijn uiteraard graag bereid om opnieuw naar Den Haag af te reizen om hierover nogmaals met u van gedachten te wisselen.


In afwachting van uw reactie, met vriendelijke groet,
namens het bestuur van de VPPG,


Ing. A.J.G. Zinken
voorzitter